Allessandro Anselmi

Architectureren,
-het woord bestaat jammer genoeg niet-,
is een orde instellen
als er geen is.

De orders van de architectuur zijn
primitieve structurele intenties
die de materie houden
in het begin.

Ze zijn geen beelden van een orde
of figuren van een orde die ergens anders zou zijn
of stijlen, idealistische figuren
die naar het verleden verwijzen.

De orders tonen niets.
ze inaugureren de notie van ‘houding’
op af-stand van het reële
voor het su-ject die er leeft.

Er bestaat een band van nabijheid (côtoiement)
als niet van kruising, tussen
de ingeschreven houding in de materie
en de houding van degene die daar is
en ‘het daar’ wordt,
het sub-ject van de architectuur.

Al dit is eigenlijk nodig door dit
dat de houding van wat zich primitief onder-scheidt
als ‘ding’ in of op het reële
is de voortdurende primitieve onder-vraging
door de, niet dierlijk, anthroop.

De niet dierlijke anthroop is onder-vraging.
En deze onder-vraging
is on-eindig
heeft nooit een adequate antwoord.
Die onder-vraging duurt gewoon.

Architectureren onder-houdt deze onder-vraging.
Architectuur onder-houdt de vraag.
Architectuur onder-houdt de niet dierlijk anthroop.

Op zijn best vestigt ze de onder-vraging
zonder ooit een antwoord te duiden.
Dit, zoals in poëzie,
voor elke betekenis
door inaugurale gebeurtenissen:
door stanzen op afstanden
(par stances à di-stances).

Architectuur is, in deze poëtische zin, af-stand.
Af-stand van de ondervraging aan het reële.
Af-stand op het reële van de onder-vraging.

Af-stand is een houding oprichten.
Zonder meer. Zonder enige betekenis neer te leggen.
Een zin zonder betekenis.
Doorgang van stanze naar stanze of naar stanzen
door af-stand of af-standen.

Architectuur richt zich op in de af-stand.
En dit is inleiden aan de houding.

Architectuur richt een houding op
als er geen is.

Architectuur is deze operatie.
Ze is dus, en niet een notie, en niet een concept.

Architectuur laat ons toe ons te houden op het reële
of ons hand-haven op af-stand van het reële.

De orde, -ontvouwing van architectuur-
is daarvoor daar.
Hij weeft niet. Hij begint te weven.

Er is meer houding
door beginnen te weven
als door te weven.

Voor de orde, is er geen houding
Voor de orde, is er geen realiteit.
Voor de orde, is er alleen het reële.
Met de orde, door de oprichting van de houding
is het leven van de onder-vraging
-of het anthropisch leven- toegelaten.
Omdat ze op de orde gesteld is
En dat ze door de orde voor-gesteld is.

Orde, of ‘beginnen te weven’,
dat is op af-stand van het reële
een houding oprichten van waar
het leven van de onder-vraging,
of het anthropisch leven,
zich kan houden en de gebeurtenissen kan ontvangen.

Orde is het ontvangst en de inauguratie
van het anthropisch leven.

Orde is dus een begin of een aanvang,
maar niet een oorsprong of een herkomst.
Orde bereikt niets.
Orde laat toe maar doet niets.

Orde is een beperkte actie.

Er is een ethische teruggetrokkenheid van de orde.
Het begint te weven maar het weeft niet.

Het principe van de orde is degene van de architectuur.
Ze zijn begin of aanvang.

De Dorische orde
duidt de houding van het punt aan,
Kruising,concentratie en uitstraling
van het punt dat rechte lijn wordt.
De ionische orde
duidt de houding van de lijn aan,
die zich buigt en de oppervlakte opricht.
De Korinthische orde
duidt de buiging van de oppervlakte
naar een volume aan.
De Composiete orde duidt aan
hoe de nabijheid van de houding
van het punt, van de lijn,
van de oppervlakte, van het volume,
de houding van de anthroop draagt
in een lichaam aan de wereld gebracht
in zijn reële naaktheid
op het moment waar
hij een realiteit wordt in heel haar onder-vraging.
Men moet maar zien…

Architectuur houdt zich daar.
Ze laat toe aan degene die ‘het daar’ is,
-het sub-ject van de architectuur-
de nabijheid met de primitieve notie van ‘houding’
op af-stand van het reële
inschrijving door de materie in orde
van het voorteken (augure) van het anthropisch leven
die zich steunt op houding
of in dignitas.